Gorgelend riep ik je, je naam was niet te
verstaan, je lag roerloos naast me. Wat ik ook deed, er kwam geen geluid, ook
jij bleef liggen, stil. Ik stond op, maar kon nauwelijks op mijn benen staan. Mijn keel
deed pijn, er was een oorverdovende suis in mijn oren, mijn lichaam voelde als
met messen bewerkt en mijn ogen wilde ik er uit krabben. Het was wazig om me
heen, ik knipperde, maar het werd niet beter. Er stond iets geschreven op de
muur. In druipende letters ontwaarde ik je naam, grof geschreven in donkerrood.
Jij lag nog steeds roerloos, naakt, op de vloer. Ik keek naar mezelf, ik glom, alsof
ik gezwommen had. Ik moest denken…het lukte niet. Zat ik in een droom? Om te
weten of het klopte, sloeg ik mijn hoofd tegen de muur. Een warme straal stroomde
langzaam naar beneden. De kamer waarin ik stond leek in mist gehuld. Vanachter
een bruinig gordijn, dat ooit wit was, kwam een warme felle gloed krachtig
genoeg om jouw contouren te schetsen. Ik knipperde richting het gordijn maar
durfde hem niet weg te halen, alsof het beter was dat alles in nevelen bleef.
Jij lag roerloos op de vloer, naakt. Je lag in een donkere plas. Waarom was ik
naakt? Ik zocht naar kleren en zag een spijkerbroek dat op die van mij leek, ik
trok hem aan. Er lagen All Stars en er was een zwart shirt. Ik keek naar jou en
liep naar de deur, omdat ik wist dat jij roerloos zou blijven liggen.
vrijdag 20 december 2013
vrijdag 13 december 2013
we gaan
Ze kon amper op haar benen staan, maar we
moesten hals over kop weg. ‘Ik ga niet mee,’ zei ik. ‘Je moet,’ was het
resolute antwoord. ‘OK, maar dan zie ik je daar wel.’ ‘NEE, je gaat met mij
mee.’ Ze struikelde over een speelgoed auto en schopte mijn lego bouwwerk weg.
Ik werd bij m’n arm gegrepen en meegesleurd de auto in. ‘Mam, gaan we met de
auto? Je kan amper op je benen staan.’ Ik moest m’n bek houden. De auto werd
gestart en we gingen. Veel te hard, veel te ruim door de bocht en nog een keer
te ruim door de bocht. Volle kracht vooruit. ‘STOPPEN,’ riep ik. Gelukkig
trapte ze op de rem. Ik kreeg de volle lading van achteruit de auto over me
heen, maar gelukkig kon Inge doorfietsen. Ik duwde de dozen terug op hun plek
en keek schuchter naar het meisje, terwijl ik het eigenlijk niet wilde. Met
piepende banden reden we door. Aan het einde van de straat werd de auto met nog
meer geweld tot stoppen gedwongen. Ze stapte uit en liep naar het huis. ‘Waar
blijf je,’ hoorde ik en stapte ook uit de auto.
Het was me een raadsel waarom ik altijd mee
moest, maar als ze naar Dirk en Derkje ging moest ik mee. Haar vond ik sneu, ze
zat in een rolstoel, was te dik en klaagde over pijn. Hem vond ik eng. Er
was herkenning, maar toch was het de laatste man op de wereld waar ik mijn vertrouwen
in zou leggen. Met zijn kleine gluiperige ogen, bezweet gezicht en altijd glimmende
lippen. De deur ging open. 'Waarom duurt het toch altijd zolang,' hoorde ik Dirk zeggen. Ik voelde een verwijtende blik. Ik moest in
de keuken wachten. Het rook er zuur, naar aardappelen en doorbakken spek, ik
moest bijna overgeven. Derkje zat op haar vertrouwde plek voor zich uit te
staren naar bewegend beeld. Zonder geluid, altijd zonder geluid. Ze keek me aan
en zei dat er bier in de koelkast lag als ik dorst had. ‘Nee dank je, ik heb
geen dorst.’ Ik vroeg nooit hoe het ging, dat durfde ik niet. Ze was zielig.
Na een poosje hoorde ik gestommel en gelach op
de trap. Mijn moeder kwam de kamer in met achter haar Dirk. Er kwam een
onbeschrijfelijk penetrante walm mee. Mijn moeder had haar blouse niet aan, die
ze wel aan had toen we aankwamen. Ze zei iets onverstaanbaars tegen Derkje, die
geen krimp gaf. We moesten gaan.
donderdag 12 december 2013
lezen
Lezen is voor velen van ons lastig. Vaak zien
we woorden niet staan, of duiden we de tekst op onze eigen manier. Een manier
die niet door iedereen gedeeld wordt, laat staan door de schrijver. Geef je
vervolgens uitleg aan wat jij gelezen hebt, of
wat er volgens jou staat, dan is er altijd wel iemand die dit anders
leest.
Hoe kan dit? Hoe kan het dat ik iets anders
lees dan noemenswaardig wie? Heeft dit te maken met gebrek aan kennis,
intellect, misschien wel dyslexie, of welke vorm er ook maar bestaat aan
beperkende omstandigheden waaruit te destilleren valt wat er nu echt bedoeld
wordt. Of…
Neem het volgende stuk
van Ramautarsing, u weet wel de man die vindt dat de wereld beter af is wanneer
wij volgens Rand
leven. Het artikel eindigt alsvolgt:
Ramautarsing hoopt met zijn pagina landelijke aandacht te krijgen. ‘Het zou mooi zijn als een website als GeenStijl af en toe een voorbeeld oppikt en er meer ruchtbaarheid aan geeft.’ De illusie ‘het systeem van de universiteit’ te kunnen veranderen heeft hij niet. Maar door de uitspraken te documenteren hoopt hij wel de kwestie bij de universiteit aan te kaarten. ‘Misschien roept de UvA bepaalde docenten na een uitspraak wel op het matje. En als er niks verandert en het meerdere keren gebeurt, kunnen ze zo’n docent misschien zelfs wel ontslaan.’
En dan vooral de laatste zin is van belang.
De dag na de airplay van Ramautarsing bij PenW
zag ik een tweet voorbij komen van FrontaalNaakt
waarin hij laakt dat er geen aandacht besteed werd aan het oproepen van
Ramautarsing tot ontslag van linkse-docenten. Ik vroeg ernaar en kreeg de link
die je hierboven hebt kunnen lezen. Na lezing, las ik niet dat Ramautarsing
hiertoe opriep. Wat ik las was dat Ramautarsing wil dat UvA bepaalde docenten
die uitspraken doen, die niet in de Rand-trend passen - hij noemt dit een
rechts tegengeluid het geluid van de waarheid - op het matje moesten roepen.
Mocht er vervolgens niets veranderen en gebeurt het meerdere keren, dan kan
zo’n docent misschien ontslag aangeboden worden. Om kort te gaan, de oproep tot
ontslag is er niet, wel geldt het tot de mogelijkheden wanneer niet meebewogen
wordt. Alleen wordt uit bovenstaand artikel niet duidelijk waarheen bewogen
moet worden. Het laat zich raden, maar het wordt niet gezegd.
Na lezing melde ik dit, waarop FN reageerde
dat ik toch ‘beter’ moest lezen ‘vriend’ en hij wees op de laatste zin, sterker
nog ik kreeg een tweet met letterlijk de laatste zin. Voor de goede orde/vrede
heb ik het maar gelaten.
Toch is dat stom, want ik haal simpelweg
andere informatie uit de tekst, dan FN. Het kan zijn dat hij (FN) informatie
heeft waaruit blijkt dat hij gelijk heeft, het kan dat Ramautarsing om de hete
brei heen danst. Toch lees ik geen directe oproep tot ontslag.
Dit gezegd hebbende ontstaat natuurlijk de
idee dat ik Ramautarsing volg in zijn stelling: no way. De man heeft het fout
en mist de wetenschap dat openstaan voor ontwikkelingen op zich niets te maken
heeft met het omver werpen van een voor jou laakbaar systeem. Daarnaast baseert
hij zijn these op een roman
(samenvatting) die in
de praktijk alleen hebzucht en onderdrukking zal creëren, omdat niet voorbij
gegaan mag worden aan het ik. Neemt niet weg dat hij wel aan de bel mag trekken
mbt dubieuze handelingen, of uitingen van (sommige) docenten. Een docent moet een
mening hebben, zonder mening kan je geen tegenargument bieden, maar hoort die
mening niet als gegeven over te dragen op anderen. Een docent hoort te
begeleiden in het leerproces en moet zelf openstaan voor verschillende
invalshoeken en zal de verschillende invalshoeken in moeten (kunnen) brengen.
Daarnaast kan het gevolg zijn dat ik moeite
heb met de zienswijze van FN. Integendeel zelfs, maar ik vind de manier waarop
hij vindt dat (de) tekst beleefd moet worden anders gebracht kan worden, omdat het simpelweg zijn
visie is.
Het gaat dus om beter lezen. Beter lezen zou
impliceren dat er fout lezen bestaat. Ik denk niet dat er een goed of fout
lezen bestaat, wel dat je verkeerd kan lezen en vooral dat de interpretatie
anders kan zijn. Bepalend is hoe je met tekst omgaat, welke emotie je tot je
laat, in welke staat je bent en hoe iets ervaren wordt.
Zo kan Roodkapje door het ene kind ervaren
worden als een gewoon verhaal met een spannende twist, de ander ervaart het als
eng. Ik zat eens met 7 kinderen in een bioscoop te kijken naar Bolt, waar
vanuit het niets één van de 7 kinderen keihard begint te huilen. Van het één op
het andere moment waren alle zeven kinderen van slag, terwijl er eigenlijk
niets aan de hand was, althans niet wanneer je gewoon naar de film keek (nou ja
de kat nam afscheid van de hond.) Hoe dan ook, de werkelijke reden is een raadsel
gebleven.
Waarom krijgt de één kippenvel van een stem,
terwijl de ander dat niet krijgt, waarom krijgt de één tranen in z’n ogen van
een film, terwijl de ander dat niet heeft. Waarom begrijp ik Dali niet en kan
Pas niet ophouden met duiden, zonder dat ze mij ook meer één keer bereikt.
Waarom begrijp ik de passie van Kafka, maar kan Pas niets met de metaforen.
De vraag blijft: is het fout? In plaats van dat
we proberen uit te leggen wat er bedoeld wordt, proberen te begrijpen wat de
ander begrijpt, of hoe de ander dit tot zich kan nemen op een manier dat het
wel begrepen wordt, gaan wij uit van onszelf. Ik lees dit, dus als jij het
anders (verkeerd) leest, ben je dom. Ik zal van mezelf geen heilige maken door
niet ook dezelfde fout te maken, maar gek is het wel. Daarom is het ook vreemd
wat Ramautarsing zegt, omdat hij uitgaat van zijn eigen perceptie en geen
rekening houdt, of wil houden, met de wereld om hem heen. Het moet zoals het
moet. Maar heeft hij ook gelijk zodra blijkt dat de docenten die hij tegen het
lijf loopt blijven verkondigen vanuit één (hij noemt het links,) visie. Een
docent hoort didactisch kleurloos te zijn. Heeft FN ongelijk door mij de les te
lezen dat ik het fout lees, maar heeft hij gelijk, omdat Ramautarsing inderdaad
bedoelt dat iedere linkse docent, zonder aanzien, ontslagen moet worden.
Zeg het maar.
maandag 9 december 2013
vraagteken!
Wanneer je je iets afvraagt, dan volgt meestal
een vraagteken, vraag je je het niet af, maar stel je het, dan blijft het
vraagteken achterwege.
Ik heb gister mijn bio aangepast op twitter: ‘weten
kippen dat kippen kippen heten.’ Ik heb er geen vraagteken achter geplaatst,
terwijl je het als een vraag zou kunnen lezen en de meeste het ook lezen als
vraag. Maar ik vraag het me niet af, ik bedoel het namelijk als metafoor. De metafoor is eigenlijk dat wij ons een ongeluk duiden en
benoemen, maar dat volstrekt onduidelijk wordt wat we nu bedoelen. Dat komt ten
dele omdat wij voor anderen vaak onduidelijk zijn in het overbrengen van onze
informatie. Een belangrijkste obstakel hierin is de toehoorder en dat zijn wij
zelf. Dat wat wij horen, lezen, of ervaren, koppelen wij graag aan onze eigen
belevingswereld. Omdat degene waarmee je praat vaak op een ander level zit,
komt de boodschap meer niet dan wel over. Soms hebben we een klein beetje
overreding nodig, soms een heleboel, soms komt de boodschap nooit aan, soms
verkeerd.
Communiceren is dicht langs elkaar heen praten
met alle blokkades die het goed interpreteren van de boodschap tegenhoudt,
weten vliegen dat vliegen vliegen is. Weet je of het eten wat je eet wel het
eten is dat je verwacht te eten. Is zout voor de één zoet en bitter voor de
ander zuur.
Weten
kippen dat kippen kippen heten.
dinsdag 3 december 2013
alleen voor jou
zonder jou zullen zij het nooit weten
zonder jou is mijn leven leeg
zonder jou zullen zij nooit zien
zonder jou duurt de nacht te lang
zonder jou ben ik alleen
zonder jou voel ik de pijn
zonder jou word ik gek
zonder jou is mijn leven niets waard
alleen voor jou ben ik wie ik ben
werkelijkheid
Terwijl de muziek vastloopt vraag ik me af,
wat is echt. Is dat wat ik voel, ruik, proef, of ervaar werkelijkheid?
Of leef ik in een gecreëerde omgeving. Leven we matrix, een geconditioneerde
samenleving waarin wij als voedingsbron dienen voor het ‘groter geheel’ en
alleen onze hersenen in staat zijn te ervaren wat wij ervaren, te creëren wat wij creëren. Dat muziek
vastloopt is op zich al vreemd. Muziek hoort niet vast te lopen, muziek loopt
door. Of ook muziek is niet echt en bestaat uit binaire eenheden. Ééntjes en
nulletjes die in de juiste volgorde ons doen denken dat we luisteren naar
muziek. Het brein creëert, de rest wordt gedaan. Matrix.
Je
kan natuurlijk ook uitgaan van het participerende, niet ik ben verzonnen, de
wereld om mij heen is verzonnen en de rest is een leugen (wat ook weer
verzonnen is.) De uitspraak komt van Godpipo,
man naar mijn hart. Het begon met de tweet dat wij allen een parodie zijn van
onszelf op twitter. Dat is natuurlijk waar, alles wordt overdreven, uitvergroot,
erbij bedacht, mooier gemaakt, of gefixt voor het plaatje. Dat plaatje ben je
natuurlijk zelf, of wat je graag zou willen zijn. Ik kan met redelijke
oprechtheid melden dat 90 % van wat ik zeg en plaats op twitter oprecht is en
klopt. De overige 10 % zit hem in mijn identiteit, die ik liever voor mijzelf
en mijn geliefden hou. De reden is dat ik een aantal jaar geleden
ervaren heb dat het uiten van een online mening gekoppeld aan je identiteit
nogal wat vragen op kan roepen, zeker wanneer je een voorbeeldfunctie uitoefent
in de werkende wereld.
Ik heb gekozen voor een gepaste anonimiteit. Gepast, want de foto, dat ben ik, wat ik
zeg, ben ik ook. Natuurlijk overdrijf ik. Natuurlijk maak ik het soms mooier
dan het is, natuurlijk vertel ik niet alles. Natuurlijk, plaats ik ook dingen die
niet eens op die manier zijn gebeurd, maar wel kloppen. Daarom 90%. Is de
wereld om ons heen dan een bedachte wereld, leven wij in een fantasie? Is het één
groot groen scherm waar het leven op geprojecteerd wordt en jij een toevallige
passant bent? Terwijl ik hierover nadenk gaat de espresso door mijn slokdarm en
voel ik hem branden. Aai ik dashond, die liefkozend bijt, ook dat voel ik. Geef
ik Pas een kus en proeft het heerlijk. Knuffel ik mijn kinderen wat fantastisch
is en hoor ik de goddelijke klanken van Arcangelo Corelli (op vinyl, want dat
loopt niet vast.) Mocht het een gecreëerde werkelijkheid zijn, dan hoor je mij (nog)
niet klagen.
dinsdag 26 november 2013
naïef
Het hebben van een mening is not done op dit
moment, we moeten monddood accepteren wat er gezegd wordt en wat men vindt.
Iedereen heeft een mening en aangezien we de vrijheid van meningsuiting kennen
moet die dus te pas en te onpas ter berde gebracht worden. Ben je het oneens,
dan jammer. Je hoeft niet mee te lezen.. Oh je bent het niet eens, ook dat
hoeft niet. Oh, je vindt het nodig te reageren, dan haat, block! En dan ben je
het alleen nog maar oneens met een bewuste stelling. Niet eens de mens, niet
eens de stijl niet eens… Alleen inhoud.
Jaren geleden kwam GeenStijl op de markt.
Jongens, meisjes, die het nodig vonden onder het mom ‘nodeloos kwetsend,’ een
mening te delen die je als lichtelijk controversieel kan beschouwen. Wanneer je
in je bio zet, dat je nodeloos kwetst, dan is ieder tegenargument overbodig en
nutteloos. Want iedere discussie kan afgedaan worden als, wij zeggen kwetsend
te zijn, dus niet zeuren.
Anders wordt het met TPO. Die in hun bio
zetten voorbij het eigen gelijk te gaan en een podium bieden aan iedereen die
een mening heeft en opinie wil maken. Een mooi gegeven, ware het niet dat Bert
Brussen zich als bedenker/redacteur opwerpt. Op de site valt het nog mee, veel
verschillende geluiden, niet alleen het geluid dat iedereen tegen ons is. Op
zich zou je zeggen mooi, heel mooi. Voor en tegen komt bij elkaar en geeft
elkaar inhoudelijk van repliek. Hoewel de reacties op sommige stukjes bewijzen
dat de bezoekers en lezers vooral uitzijn op het neersabelen van de schijver
ipv iets inhoudelijk te schrijven over zijn / haar stelling. Maar dat terzijde.
Voorbij het eigen gelijk betekent, dat je je
eigen gelijk aan de kant zet en open staat voor de mening van een ander. Dat
dit gezichtsbedrog is, wordt duidelijk op het moment wanneer je via Twitter een
opmerking plaatst over TPO, of een mening hebt op uitingen van TPO. Dan wordt
duidelijk dat je te maken hebt met het eigen gelijk!
Ben je het oneens, dan jammer. Je hoeft niet
mee te lezen. Oh je bent het niet eens, ook dat hoeft niet. Oh, je vindt het
nodig te reageren, dan haat, block! En dan ben je het alleen nog maar oneens
met deze bewuste stelling. Niet eens de mens, niet eens de stijl niet eens…
Alleen inhoud.
Ondertussen ben ik geblockt door bijna
iedereen die (schrijvers) banden heeft met GeenStijl, of TPO. Gewoon geblockt.
Ze kunnen, of willen, vragen niet beantwoorden, roepen dat ik jaloers ben, of
dat ik haat, of zeggen gewoon niets. Block, monddood maken. Omdat een
tegengeluid wel eens aan het licht kan brengen dat alle facts die je verspreid
een hoax zouden kunnen zijn. Roep de onderbuik gevoelens maar vaak genoeg, kom
met futiele bewijzen en je volgers geloven je blind. Want wij zien dit ook, wij
voelen het ook. Wij zien dat het de moslim is die haat predikt, wij zien dat
het de Pool is die onze baan inpikt, wij zien dat links graait en draait, wij
zien dat, wij zien alles.
Nu ben ik, volgens mij, niet wereldvreemd, ik
werk met veel verschillende mensen, in verschillende omgevingen, met
verschillende achtergronden, door het hele land. Ik zie het niet. Hoe kan dat?
Is mijn wereld te rooskleurig? Wil ik het niet zien? Ben ik te naïef?
Abonneren op:
Posts (Atom)